Ontstaan van
de ergotherapie
De eerste aanzet tot het beroep ergotherapie
vindt rond de eeuwwisseling plaats in de Verenigde Staten. Het beroep ontwikkelt
zich daar vanuit de behoefte psychiatrische en T.B.C.-patiënten te activeren,
opdat zij weer kunnen functioneren in hun leef-, woon- en werkomstandigheden.
Problemen worden veelal veroorzaakt door het ineenstorten van de rol als mens in
de maatschappij en de daaraan gekoppelde achteruitgang van lichamelijk
functioneren. Vanuit deze gedachtegang wordt aan deze mensen een procesmatig
programma aangeboden met doelgerichte activiteiten, om houdingen en vaardigheden
te ontwikkelen die tegemoet komen aan de eisen van het dagelijkse leven. Deze
therapie krijgt de naam Occupational Therapy.
De eerste wereldoorlog heeft veel invloed op de
ontwikkeling van het beroep in de Verenigde Staten en Engeland. De occupational
therapists richten zich in het bijzonder op de gewonde en lichamelijk
gehandicapte soldaten, die tevens met ernstige psychische problemen kampen door
deze oorlog. Het accent van de therapie ligt op het ondersteunen en stimuleren
van deze patiënten om te kunnen en willen deelnemen aan het leven. Na de tweede
wereldoorlog komen Engelse 'occupational therapists' in ons land werken, ten
behoeve van de revalidatie van oorlogsinvaliden. Occupational therapy wordt in
Nederland vertaalt in 'arbeidstherapie', waarvan het werkterrein zowel op
psychiatrisch als op somatisch vlak ligt. In de psychiatrie in Nederland bestaat
reeds arbeidstherapie. Deze twee arbeidstherapieën zijn twee verschillende
beroepen met verschillende visies, doelstellingen en methodieken. Zij gaan zich
afzonderlijk ontwikkelen.
Door de
polio-epidemie van 1956 groeit de
kinderrevalidatie en maakt de behandeling van neurologische aandoeningen een
grote ontwikkeling door. Men zoekt naar een therapievorm die de mogelijkheden
van bezigheidstherapie combineert met medisch-therapeutische en
sociaal-pedagogische aspecten. Deze vorm van therapie krijgt de naam
Ergotherapie. Deze therapie is aanvankelijk alleen gericht op kinderen en
ontwikkelt zich gescheiden van de arbeidstherapie (occupational therapy).
In 1972 gaan de ergotherapie en de
arbeidstherapie (occupational therapy), gezien gemeenschappelijke doelstellingen
en methodieken, bouwen aan de ontwikkeling van het beroep. Dit resulteert in de
oprichting van de Nederlandse Vereniging van Arbeids-Ergotherapeuten. Deze
vereniging sluit zich aan bij de World Federation of Occupational Therapists
(W.F.O.T.) en wordt als zodanig lid van de World Healt Organisation. In 1978
vindt een naamswijziging plaats: het beroep Arbeids-Ergotherapie wordt
Ergotherapie, de vereniging krijgt de naam Nederlandse Vereniging voor
Ergotherapie en de opleidingen heten opleidingen voor ergotherapie.